Na haar master ging Effy aan de slag bij Microsoft Research in Cambridge als AI Resident, waar ze werkte aan het vertalen van onderzoeksideeën naar prototypes. Toch was het juist het onderzoek zelf dat haar het meest aansprak. Ze ging op zoek naar een plek om te promoveren en vond die aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze in aanraking kwam met datamanagement. Zo kwam ze uiteindelijk terecht bij de Database Architectures-groep van CWI, waar ze nu als postdoc werkt. Momenteel richt ze zich op de vraag hoe data science-systemen beter gebruik kunnen maken van bestaande kennis. “Mijn oorspronkelijke idee van wat ik tien jaar geleden wilde, is totaal anders dan waar ik uiteindelijk ben uitgekomen,” blikt ze terug.
Scheve man-vrouwverhouding
Eén constante in haar loopbaan was wiskunde. Tegelijk bracht die haar in een vakgebied dat nog altijd sterk door mannen wordt gedomineerd. “Tijdens mijn bachelor waren van de 122 studenten er maar twaalf vrouw. Juist omdat er zo weinig vrouwelijke studenten waren, had ik het gevoel dat ik nog harder moest werken. Een andere ervaring uit die tijd heeft ook diepe indruk op me gemaakt. Ik deed mee aan een wedstrijd met een team, en een van de teamleden klaagde dat er een meisje in de groep zat. Dat maakte me alleen maar vastberadener om mezelf te bewijzen. Ik werkte ongelooflijk hard — soms sliep ik zelfs in het lab. Uiteindelijk won ons team meerdere wedstrijden, en werd ik teamcaptain.”
Die ervaringen zijn haar bijgebleven. Tijdens haar master begon Effy bewuster na te denken over de ongelijke man-vrouwverhouding om haar heen. “Een deel van mij heeft altijd de wens gehad om de samenleving te verbeteren, en ik zou graag een bron van inspiratie zijn voor andere vrouwen in de bèta- en technische vakgebieden,” zegt ze. “Ik ben er sterk van overtuigd dat vrouwelijke studenten zich minder snel aanmelden voor een opleiding als ze zien dat er maar weinig vrouwen rondlopen.”
Commissie met bijna alleen vrouwen
Tijdens haar promotietraject zag Effy ook voorbeelden van hoe die scheve verhouding kan veranderen. Haar begeleider probeerde actief een evenwichtiger samengestelde groep op te bouwen. “Toen we de commissie voor mijn promotie samenstelden, zeiden we tegen elkaar: ‘hoe gaaf zou het zijn om een commissie met alleen vrouwen te hebben?’ Dat lukte bijna: van de vijf leden was er maar één man.”
Volgens Effy verandert er wel degelijk iets. De vooruitgang gaat misschien langzaam, maar ze is zichtbaar. “Als ik mijn ervaringen tijdens mijn bachelor in de periode 2012-2016 vergelijk met de situatie nu, zie ik dat mensen veel meer openstaan voor genderkwesties.”