Standaarden

Het onderzoek van het CWI draagt bij aan het vaststellen van normen, zoals op het gebied van cryptografie en webstandaarden. Daarnaast houden we ons bezig met benchmarking.

Post-kwantumcryptografie (NIST)

Op 5 juli 2022 maakte het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology (NIST) bekend dat het cryptografische standaarden heeft geselecteerd om gevoelige elektronische gegevens te beschermen tegen de dreiging van kwantumcomputers. Léo Ducas van de Cryptologiegroep van het CWI is betrokken bij de twee belangrijkste schema’s van deze toekomstige portfolio: één voor versleuteling met openbare sleutels en één voor digitale handtekeningen. Deze nieuwe standaarden zijn bedoeld voor wereldwijde implementatie en zullen miljarden gebruikers bereiken. Zie voor meer informatie het nieuwsbericht‘Léo Ducas van het CWI betrokken bij twee belangrijke nieuwe NIST-normen voor post-kwantumcryptografie’(juli 2022).

W3C-standaarden

Sinds het midden van de jaren negentig is het CWI nauw betrokken bij de standaardisatie van het web en bij onderzoek en ontwikkeling op dit gebied. Zo was CWI-onderzoeker Steven Pemberton jarenlang voorzitter van de XForms-werkgroep en gaf hij leiding aan de (X)HTML-werkgroep, en was Ivan Herman lange tijd hoofd van de W3C Digital Publishing Activity. CWI-onderzoekers hebben ook gewerkt aan CSS, SMIL, XForms, HTML4, RDF, RDFa en andere standaarden.

Van 1998 tot en met 2022 was het CWI gastheer van het regionale W3C-kantoor (tegenwoordig W3C Chapter genoemd), het administratieve centrum van het World Wide Web Consortium (W3C) in de Benelux. Het kantoor had als taak de W3C-standaarden lokaal te verspreiden en nieuwe lidorganisaties voor het W3C te werven. Samen met ISOC.nl organiseerde het masterclasses over nieuwe standaarden met W3C-experts.

Voor meer informatie over het W3C-lidmaatschap, de ontwikkeling van webstandaarden en de activiteiten van het W3C, zie www.w3.org (of www.w3c.nl in het Nederlands).

Multimedianormen

Het CWI richtte zich op normen voor driedimensionale video en op normen voor de kwaliteit die gebruikers ervaren, en nam deel aan de volgende normalisatie-instanties en -groepen:

Ervaringsnormen

Wat betreft normen voor de kwaliteit van de gebruikerservaring houdt het CWI zich bezig met videoconferenties met meerdere deelnemers, waarbij wordt onderzocht welke factoren bepalend zijn voor de gebruikerservaring, hoe latentie een videogesprek beïnvloedt en wat de drempelwaarden zijn voor een goede gebruikerservaring. De afgelopen jaren zijn de resultaten van dit onderzoek al gebruikt door de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU), een normalisatie-instantie van de Verenigde Naties die verantwoordelijk is voor informatie- en communicatietechnologieën. Voor sommige toepassingen, zoals medisch advies op afstand, virtuele klaslokalen, virtuele museumbezoeken of videoconferenties, zou communicatie via driedimensionale video superieur zijn aan de traditioneel gebruikte tweedimensionale video. Maar om driedimensionale videocommunicatie te laten werken, moeten er nog veel wetenschappelijke problemen worden opgelost: welke informatie is absoluut noodzakelijk om te verzenden en welke informatie kan om praktische redenen worden weggelaten? Hoe kan worden gewaarborgd dat videocommunicatie in realtime plaatsvindt? Hoe kunnen allerlei configuraties en camera’s worden ondersteund? Hoe kan een rijke gebruikerservaring worden gegarandeerd?

Compressiealgoritmen

Het CWI heeft compressiealgoritmen ontwikkeld die de hoeveelheid te verzenden gegevens aanzienlijk verminderen. Dit werk is door MPEG, de Moving Picture Experts Group, gebruikt om computerprogramma’s – ook wel codecs genoemd – van verschillende technologiebedrijven te vergelijken op het gebied van het coderen en decoderen van datastromen. De compressiealgoritmen vormden het uitgangspunt voor de Point Cloud Compression-technologieën VPCC en GPCC, die uiteindelijk door MPEG werden gekozen als de standaarden voor het coderen van immersieve media. „Bijdragen aan de ontwikkeling van standaarden past perfect bij de missie van het CWI”, zegt Cesar. „We hebben geen commercieel belang en kunnen vaak veel langer aan een onderwerp werken dan commerciële instellingen dat kunnen.”