Beertema kwam met een alternatief dat nu volkomen logisch klinkt, maar dat destijds nog eerst bedacht en geregeld moest worden: werken met nationale domeinnamen. Voor Nederland vroeg hij .nl aan. Dat lijkt achteraf een kleine technische stap, maar het was een stap met grote gevolgen. Niet alleen omdat Nederland daarmee een eigen landendomein kreeg, maar ook omdat daarmee een structuur ontstond die schaalbaar was in een snel groeiend netwerk.
Piet Beertema in 1985. Photo: Pieter BoersmaZelf beschrijft Beertema hoe weinig plechtig dat moment eigenlijk was. “Ik kreeg veel sneller dan gedacht antwoord. Niet na enkele maanden, maar na een paar dagen. Dus begon ik met een uitermate moderne technologie: de hand en platte tekst.”
Doe-het-zelf-pakket
Dat CWI zo nauw met het ontstaan van .nl verbonden is, blijkt ook uit die allereerste registratie. Op 1 mei 1986 werd cwi.nl vastgelegd als eerste .nl-domeinnaam. Daarna volgden al snel andere namen van kennisinstellingen en organisaties, van hse.nl tot nlr.nl en kub.nl. De top tien van eerste registraties laat een vroege internetwereld zien waarin vooral publieke en academische instellingen vertegenwoordigd waren — logisch voor een tijd waarin het internet nog lang geen massamedium was.
Beertema bleef niet bij de aanvraag van .nl alleen. Na de toekenning maakte hij voor Europese collega’s een doe-het-zelf-pakket waarmee ook andere landen hun eigen internetdomein konden registreren. Daardoor hadden veel Europese landen al snel hun eigen domein. “Het was pionierswerk. We begonnen eigenlijk met niets.”
Die beginfase duurde langer dan je misschien zou denken. In de eerste tien jaar, van 1986 tot 1996, was Beertema verantwoordelijk voor de toekenning en registratie van .nl-domeinnamen. Dat gebeurde handmatig, in een tijd waarin de schaal nog overzichtelijk genoeg was om dat vol te houden. Maar het succes van .nl maakte al snel duidelijk dat er een professionelere organisatie nodig was. Daarom werd in 1996 SIDN opgericht, door drie partijen die in de beginjaren bij .nl betrokken waren: CWI, SURFnet en NLnet.
Van 1 naam naar 6 miljoen namen
Sindsdien groeide .nl uit van een technisch registratiesysteem tot een nationale digitale basisvoorziening. SIDN handelt aanvragen voor nieuwe en bestaande .nl-domeinnamen af en zorgt ervoor dat gebruikers bij de juiste website of het juiste e-mailadres uitkomen. Dat zogeheten resolving gebeurt tegenwoordig meer dan 4 miljard keer per dag. Intussen telt .nl meer dan 6 miljoen geregistreerde domeinnamen en staat het volgens SIDN op de vierde plaats van grootste landendomeinen ter wereld.
Die groei verliep niet in één rechte lijn. Lange tijd waren .nl-domeinnamen alleen beschikbaar voor bedrijven en organisaties met een KvK-registratie. Pas vanaf 2003 konden ook particulieren een .nl-domeinnaam aanvragen. Daarna ging het snel: van ruim 1 miljoen domeinnamen in 2003 naar 4 miljoen in 2010, 5 miljoen in 2012 en meer dan 6 miljoen in 2020. Wat begon als een oplossing voor een technisch naamgevingsprobleem, groeide uit tot een vaste waarde in het digitale leven van Nederland.
Grote klapper voor internet
Beertema kijkt daar met gevoel voor understatement op terug. “Het is een beetje uit de hand gelopen, mag ik wel zeggen. De ontwikkeling van het www is de grote klapper geweest voor het internet.” Achter die ene extensie van twee letters gaat inmiddels een wereld schuil van bedrijven, scholen, overheden, webwinkels, e-mailverkeer en digitale diensten.
Veertig jaar .nl is daarom niet alleen een jubileum van een technische standaard. Het is ook een herinnering aan een periode waarin fundamentele keuzes over de inrichting van het internet nog in kleine kring werden gemaakt.
Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van SIDN.
Luister naar een podcast met Piet Beertema uit 2021