De ponsbanden-collectie van CWI

Rijen minuscule gaatjes op papier bevatten ooit complete programma’s en documenten: ponsband was de levensader van de vroege informatica. Tegenwoordig bewaart en deelt het CWI zijn eigen historische ponsbanden uit het Mathematisch Centrum, die inmiddels zijn gedigitaliseerd en online toegankelijk zijn gemaakt.

Vóór de komst van USB-sticks, harde schijven of zelfs diskettes slaan de eerste computers gegevens op een heel andere manier op: op ponsband. Dit papieren medium, dat van de jaren ’50 tot en met de jaren ’70 werd gebruikt, speelde een sleutelrol bij het programmeren, de gegevensuitwisseling en de automatisering.

Bij het CWI bewaren we een unieke collectie ponsbanden die oorspronkelijk bij ons instituut (toen nog het Mathematisch Centrum) werden gebruikt en die verband houden met vroege Nederlandse computers, zoals de Electrologica X1. In het kader van een langlopend project voor digitaal erfgoed hebben we de inhoud van meer dan 160 banden zorgvuldig gelezen, gedecodeerd en gearchiveerd. De collectie bevat banden met ZEBRA Simple Code, X1-handcode, Algol60-broncode voor (voornamelijk) numerieke functies en diverse tekstdocumenten.

Papieren band met vijf en acht perforatiegaten, zoals gebruikt in vroege telegraaf- en computertoepassingen. Foto: Ted Coles, Wikimedia Commons.

Wat is een ponsband?

In de geschiedenis van de informatica speelde de ponsband een belangrijke rol. Een ponsband is een lange strook papier die is voorzien van 5 tot 8 gaatjes, zoals hieronder te zien is. Elk ‘frame’ (een geordende reeks van 5 tot 8 gaatjes loodrecht op de lengte van de band) staat voor één enkel symbool. Alle banden hebben ook tandgaten (de rij kleinere gaatjes op beide banden hieronder) die dienen om het lees- of schrijfapparaat te geleiden.

Afbeelding: Geperforeerde papieren band met vijf en acht gaatjes, zoals gebruikt in telegraaf- en computertoepassingen. Afbeelding: Ted Coles (Wikimedia Commons)

Friden FlexoWriter

Een manier om ponsband te lezen en te schrijven is met behulp van een Friden FlexoWriter, een apparaat dat op een typemachine lijkt en waarmee banden konden worden geproduceerd door op het toetsenbord te typen, of banden konden worden afgedrukt door een band te lezen.

Friden FlexoWriter

De Friden Flexowriter in het Computermuseum van de UvA. Foto: CWI/J. Borst

De Friden Flexowriter in het Computermuseum van de UvA. Foto: CWI/J. Borst

X1

Historische foto van de voormalige MC’s X1 met Geert Rolf. Foto genomen in 1976/1977 aan de HTS Amsterdam. Foto: Geert Rolf.

Historische foto van een X1 met Geert Rolf. Foto: Geert Rolf

Informatie opslaan

Ponsband werd bijvoorbeeld gebruikt voor het opslaan van de volgende informatie:

  • tekstdocumenten
  • machinecode
  • broncode van het programma
  • invoergegevens van het programma
  • programmagegevens
  • tussentijdse resultaten tussen de uitvoeringen van het programma.

Bij de allereerste computers was ponsband het enige externe opslagmedium en vormde het daarom de enige manier om programma’s of gegevens in te voeren.

De ponsbanden in de CWI-collectie dateren uit de periode 1955-1965 en werden voornamelijk, maar niet uitsluitend, gebruikt op de Electrologica X1-computer. De collectie bevat banden met 5 of 7 gaatjes.

Alle banden met 5 gaatjes zijn binair en niet direct door mensen leesbaar. Alle banden met 7 gaatjes zijn geproduceerd door een Flexowriter en bevatten ofwel Algol 60-programma’s ofwel tekstdocumenten.

Categorieën

De banden kunnen in de volgende categorieën worden onderverdeeld:

Voor elke tape zijn er verschillende bestanden beschikbaar:

  • een bestand met de ruwe gegevens (met de extensie .5 voor banden met 5 gaten en .7 voor banden met 7 gaten);
  • een tekstbestand dat is afgeleid van de ruwe gegevens (extensie .txt).

Originele bestanden

Wil je de originele bestanden bekijken?

Bekijk de volledige lijst van 165 ponsbanden in het CWI-archief.

De programma's die worden gebruikt voor het decoderen en converteren zijn beschikbaar in de CWI-repository.

De hier afgebeelde machine is een PDP-11/10, die in de jaren ’70 en ’80 populair was en op grote schaal werd gebruikt voor onderzoek en in de industrie. Deze specifieke PDP-11/10 was eigendom van Geert Rolf. Foto: Geert Rolf.

De collectie toegankelijk maken

De eerste inventarisatie van de banden werd uitgevoerd door Paul Klint, die ook deze inleiding heeft geschreven. Samen met Geert Rolf, stagiair bij MC in 1980/1981, werden de banden ingelezen op Geerts PDP11/10. Sommige banden konden niet worden ingelezen omdat ze ofwel te groot waren voor de bandlezer, ofwel beschadigd waren en daardoor onleesbaar waren. Deze zijn in de inventaris aangeduid als ‘Niet verwerkt’ (n).

De banden met 7 sporen maken gebruik van FlexoWriter-code. Er is een leesbare versie van deze banden gemaakt met behulp van het rf-programma, geschreven door Edo Dooijes (Computermuseum, Universiteit van Amsterdam). De X1-handcode is geconverteerd door het programma x1hand, geschreven door Geert Rolf. De 5-gaatsbanden zijn leesbaar gemaakt als een decimale dump in een tekstbestand.

De machine op de foto is een PDP-11/10, die in de jaren ’70 en ’80 populair was en op grote schaal werd gebruikt voor onderzoek en in de industrie. Deze specifieke PDP-11/10 was eigendom van Geert Rolf. Foto: Geert Rolf.

Opgerolde ponsband in de PDP-11

Een rol ponsband wordt ingelezen op de PDP-11/10 van Geert Rolf, als onderdeel van het project om de historische bandcollectie van het CWI te digitaliseren en te bewaren.

Opgerolde ponsband in de PDP-11. Foto: Geert Rolf.

Zie ook het nieuwsbericht‘CWI bewaart historische verzameling ponsbanden’ (oktober 2025).

Dankwoord

CWI is Paul Klint en Geert Rolf dankbaar voor hun bijdragen aan dit project: het uitlezen van de banden en het omzetten van de gegevens.

Punched tape project: CWI Fellow Paul Klint, then-CWI director Ton de Kok, Geert Rolf and Vera Sarkol (CWI Library), 10 April 2025. Picture: CWI/P. Roberts.
Punched tape project: CWI Fellow Paul Klint, then-CWI director Ton de Kok, Geert Rolf and Vera Sarkol (CWI Library), 10 April 2025. Picture: CWI/P. Roberts.