Leerlingen gaan verspreiding euromunten meten

Duitsland produceert met 35,4% verreweg de meeste euromunten. Zijn in de loop van volgend jaar de muntjes in onze portemonnees voor een derde deel van Duitse oorsprong? Het wetenschapsmagazine Natuur & Techniek en de 'Studiegroep Wiskunde met de Industrie' beginnen op 1 januari 2002 een uniek experiment om de wiskunde van de verspreiding van euromunten te toetsen, in samenwerking met Nederlandse en Vlaamse scholen. Leerlingen gaan maandelijks inventariseren hoeveel buitenlandse munten zij op zak hebben.

Publication date: 21-12-2001

Duitsland produceert met 35,4% verreweg de meeste euromunten. Zijn in de loop van volgend jaar de muntjes in onze portemonnees voor een derde deel van Duitse oorsprong? Het wetenschapsmagazine Natuur & Techniek en de 'Studiegroep Wiskunde met de Industrie' beginnen op 1 januari 2002 een uniek experiment om de wiskunde van de verspreiding van euromunten te toetsen, in samenwerking met Nederlandse en Vlaamse scholen. Leerlingen gaan maandelijks inventariseren hoeveel buitenlandse munten zij op zak hebben.

De verspreiding van de nieuwe euromunten in twaalf EU-landen en drie Europese dwergstaatjes biedt kansen voor een bijzonder experiment, dat nooit meer herhaald kan worden. Kunnen we wiskundig voorspellen hoe snel de munten van de diverse lidstaten zich verspreiden? Kunnen we aan de hand van peilingen het komende jaar conclusies trekken over het Europese geldverkeer? Natuur & Techniek zal komend jaar hierover regelmatig publiceren.

De Studiegroep Wiskunde met de Industrie wordt in 2002 georganiseerd door het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) en de Universiteit van Amsterdam. In februari 2002 buigen zo'n zestig wiskundigen uit heel Nederland zich een week lang over praktische problemen uit het bedrijfsleven en de industrie. De theorie van de verspreiding van euromuntjes is daar een van.

Voor meer informatie zie www.wiskgenoot.nl/eurodiffusie en www.natutech.nl/