Jos Baeten: Behoud AI-talent met variatie in onderzoek

Geen eenheidsworst in AI-onderzoek: een uitdagend AI-klimaat kan de braindrain stoppen.

Publication date: 12-09-2019

Je zou wel gek zijn om als AI-onderzoeker in Europa te blijven. Dat beeld ontstaat als je de alarmerende berichten leest over de massale uittocht van AI-talent. Grote bedrijven in de VS en China trekken flink de portemonnee om onderzoekers aan te trekken. Ook beloven ze een schat aan gegevens waar data-onderzoekers van watertanden. En met succes: veel onderzoekers kiezen voor het avontuur, het geld en de onderzoeksuitdagingen die de bedrijven hen voorspiegelen. Europa heeft zo onderhand het nakijken en zou moeten vrezen dat het op AI-gebied geen rol van betekenis meer kan spelen.

Eenheidsworst

Toch ben ik ben optimistisch over wat wij in Nederland kunnen bieden aan AI-talent. Maar dan moeten we wel gezamenlijk optrekken en een AI-klimaat scheppen dat zowel vooruitstrevend als uitdagend is. Een cruciaal ingrediënt daarvoor is wat mij betreft diversiteit. We kunnen alleen bij de top aangehaakt blijven als we welbewust kiezen voor een grote variatie aan AI-onderzoek en -bedrijvigheid

Voor alle spelers in het AI-vakgebied is de verleiding groot om in te zetten op toepassingen van machine learning en deep learning. Dat roept bij mij herinneringen op aan de tijd waarin big data sterk opkwam. Nederlandse universiteiten pakten veelal dezelfde onderzoeksvragen op en wilden allemaal een eigen Data Centre. Zo ontstond een big data-eenheidsworst die zich niet met de wereldtop kon meten – en die evenmin aantrekkelijk was voor de toppers in het vak.

Laten we een herhaling daarvan voorkomen, door met z’n allen scherpere keuzes te maken en een eigen profiel op AI-gebied te ontwikkelen. CWI onderzoekt nu bijvoorbeeld de verbinding van deep learning met statistiek, onderhandelen met AI, en neurale netwerken die meer lijken op het menselijk brein.

Uitstekende uitgangspositie

Nederland heeft een uitstekende uitgangspositie om zelfs veeleisende AI-onderzoekers iets moois te bieden. Denk bijvoorbeeld aan het nieuwe Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI) in Amsterdam. Bij ICAI werken onderzoekers, bedrijven en overheden samen in bijzonder ambitieuze consortia. Dat trekt bedrijven die investeren op een schaal die we in de Nederlandse wetenschap nog niet eerder hebben gezien. Wetenschappelijke en toepassingsgerichte AI-uitdagingen hebben we genoeg. Daarnaast hebben we wel degelijk AI-toppers in Nederland, en ze worden ook erkend. Denk bijvoorbeeld aan Maarten de Rijke en Frank van Harmelen, die in 2017 toetraden tot de KNAW.

Een ervaring rijker

Laten we ons dus niet laten ontmoedigen door de arbeidsvoorwaarden waarmee techreuzen als Google en Amazon talent aan zich binden. Het is absoluut waar dat zij een flinke portemonnee trekken, maar academische vrijheden en uitdagingen kunnen er toch tegenvallen. Uiteindelijk blijven het bedrijven die streven naar winst. En hun indringende winstcultuur werkt zonder meer door in de onderzoeksafdelingen waar aangekochte AI-talenten terechtkomen. Ik heb genoeg wetenschappers zien terugkeren na een paar jaar op avontuur te zijn geweest bij Amerikaanse techbedrijven – niet gedesillusioneerd, maar een ervaring rijker. Natuurlijk zullen er altijd onderzoekers zijn die voor het grote geld gaan. Maar Nederland speelt mee in de voorhoede en kan zich blijven ontwikkelen als een place to be voor AI-onderzoekers. Dat lukt alleen als we gecoördineerd optrekken met andere Europese partners, de investeringen in bèta-onderzoek omhoog krijgen én geen nieuwe eenheidsworst van AI-onderzoek willen maken.

Deze blog verscheen eerder online bij AG Connect