Open Access beleid CWI

CWI wil graag zoveel mogelijk van de output Open Access beschikbaar hebben. Bovendien willen we graag zoveel mogelijk van de output in ons eigen SOS hebben.

CWI wil graag zoveel mogelijk van de output Open Access beschikbaar hebben. Bovendien willen we graag zoveel mogelijk van de output in ons eigen SOS hebben.

In de levenscyclus van een wetenschappelijk artikel onderscheiden we drie stadia: preprint, post-refereeing author version, gepubliceerde versie.

 

  1. Preprint.
    Graag willen we preprints in SOS. Dit is geen verplichting, maar als de auteur andere preprint-servers gebruikt (zoals ArXiv), dan ook SOS.  We geven een technisch-rapportnummer en versienummer. We maken het mogelijk een technisch rapport een embargo-periode mee te geven, waarna het pas openbaar toegankelijk is. Nieuwe versies kunnen geüpload worden. Vanuit SOS komt de preprint in NARCIS en desgewenst andere preprint-servers zoals ArXiv.

  2. Post-refereeing author version.
    Voor CWI auteurs is het een verplichting deze versie full text in het SOS openbaar toegankelijk te hebben. Alleen hiermee telt een publicatie mee in de CWI output. Dit is de invulling van immediate green, ook een NWO verplichting sinds 1 januari 2015.

  3. Gepubliceerde versie, gewaarmerkt door een uitgever.
    Bij een zogenaamd overlay uitgever blijft deze versie in SOS. Bij een Open Access publicatie is de publicatie nog steeds algemeen toegankelijk (golden road). Traditionele (closed access) publicaties worden ontmoedigd maar blijven vooralsnog toegestaan.
    Voor een Open Access publicatie is vaak een vergoeding nodig, zogenaamde Author Processing Charges. Bij NWO projecten, en soms bij EU projecten, is hiervoor budget. Anders kunnen APC’s vergoed worden vanuit een centraal budget beheerd door de afdeling ID, mits de publicatie bonafide is (geen rogue journal) en niet hybride (geen double dipping).

[Vorige versie uit 2013]